VIE-BRS-CWL
Vandaag om 06.00 melden op Schiphol. Pfff
Ik was verbaasd over de drukte op de snelweg om 05.00 uur in de ochtend, ik was duidelijk niet de enige die moest werken.
Alweer drie maanden geleden reed ik iedere ochtend in alle vroegte naar Schiphol tijdens mijn cursusdagen, het lijkt alweer zo lang geleden.
Ik kon toen iedere ochtend genieten van de dauw in het gras als ik naar mn auto liep, de fluitende vogels die de ochtend aankondigden en van de opkomende zon die de horizon verlichtte in een warmoranje gloed als ik op de snelweg richting Amsterdam reed.
Maar vandaag was het anders. Het donker en de regen herinnerde mij aan het feit dat de herfst alweer voor de deur staat. Ongeduldig wachtend tot de zomer het stokje doorgeeft.
De enige oranje gloed die nu over de straten zwerft is het licht van de lantaarnpalen, weerspiegeld door de regenplassen op de straatstenen. Positief stel ik vast dat het weer op de bestemmingen niet veel slechter kan zijn dan dit.
VIE
En slechter is het zeker niet! In Wenen lacht de zon ons tegemoet en met
26 C
kan ik zeggen dat het hier zomers is. Wie ooit denkt aan een carrièremove: Ga Vliegen! Het is in ieder geval goed voor je aantal zonuren per jaar.
Sinds ik vier weken terug op mijn rooster de bestemming Wenen zag heb ik me al verheugd op deze bestemming. Het lijkt me zo’n mooie stad. Aangezien ik om drie uur s’middags in mijn hotelkamer aankom besluit ik me snel om te kleden en de stad te gaan bekijken. Ik ben in een sportieve bui (liever gezegd: te lui om naar de lift, helemaal aan de andere kant van het hotel, te lopen) dus besluit de trap naar beneden te nemen.
Dat ik niet zo slim ben is een publiek geheim, maar dit keer heb ik mezelf overtroffen !!
Het trappenhuis blijkt een nooduitgang. Het trappenhuis IN gaat dus wel, maar er weer UIT, das een heel ander verhaal. De enige mogelijkheid naar buiten is een grote metalen deur, die wordt geopend door middel van een hendel die het noodalarm activeert zodra ik deze zou openen. L *SLIK* Wat nu?
De moed zonk me in de schoenen. Drie kwartier lang heb ik op negen verschillende verdiepingen op de deuren staan bonzen, tevergeefs.
Uiteindelijk besloot ik om crewcontrol in Amsterdam te bellen. (Thank God dat ik mn telefoon wel bij me had) Ik werd doorverbonden met het hotel. Wat zal de receptioniste raar hebben opgekeken toen ze de telefoon beantwoorde en ik zei: Uhm, Yes, Hello… I locked myself in your hotel :$
Een kwartier later was ik ‘vrij’. Voortaan neem ik gewoon weer de lift!
BRS
Ook in Bristol was het prachtig weer.
Om 11.00 uur was ik er al en ik besloot de stad in te gaan. Na een broodje Subway en de film The Bourne Ultimatum, in de lokale bios, loop ik langs een parkje, waar ik besluit plaats te nemen op het eerste vrije bankje. Het park is vol met mensen, allerlei verschillende mensen. De een voor vijf minuten, de ander voor uren. We doen het nooit, altijd te druk, maar je zou het eens moeten doen! Gewoon een middag in het park gaan zitten en kijken, echt kijken naar alles en iedereen om je heen.
Aan de linkerkant in de schaduw van een grote boom zit een stelletje. Ze gaan helemaal in elkaar op en hebben geen enkele aandacht voor wat er om hen heen gebeurd. Ik kijk een minuut naar ze en stiekem ben ik jaloers. Voor me zit een moeder met haar dochtertje. Het meisje heeft een lief gezichtje en twee enorm lange vlechten in haar haar. Alles trekt haar aandacht, de oorzaak van de lach op het gezicht van haar moeder. Verspreid over het gras liggen mensen te lezen of naar muziek te luisteren.
Drie vriendinnen iets verderop vallen me op, doordat ze constant zitten te lachen. De twee jongens een paar meter bij hen vandaan bespreken waarschijnlijk wie van de drie ze het leukste vinden. Een jongen komt op me af en vraagt of ik een vuurtje voor hem heb. Omdat ik hem teleur moet stellen vraagt hij het aan iemand anders. Een paar minuten later ligt hij languit op zijn rug in het gras, de o-zo-bekende coffeeshop geur dringt mijn neusgaten binnen.
Twee agentes te paard, met zo’n typisch ‘britse’ politiecap op komen het park binnen stappen. Ze maken een praatje met twee zwervers op een bankje verderop. Een zakenman loopt het park in, colbertje losjes over zijn schouder, mouwen opgestroopt en krantje bij de hand; even ‘onthaasten’. Twee jongens achtervolgen een nieuwsgierige eekhoorn die zich in het gras waagt.
Na een uurtje neemt een oudere man naast mij plaats. Al snel begint hij een praatje over het weer. Beleefd antwoord ik dat het inderdaad prachtig is vandaag, waarna ik me weer in mijn boek keer. Zo snel geeft hij zich echter niet gewonnen. Hij vraagt me waar ik vandaan kom en hoe lang ik in Bristol blijf. Daarna verteld hij over zichzelf; hij werkt op een boerderij en zijn vader – die nu ‘up-there’ is – was vroeger politieagent. Als kind hield hij van sneeuw, maar nu neemt hij liever zo nu en dan de bus voor een dagje naar het strand.
Hij vraagt me waar ik vandaan kom en hoe lang ik hier blijf. Omdat ik ervan uitga dat hij mij de eerste keer niet heeft verstaan, herhaal ik mijn antwoorden.
Dan verteld hij over zn nieuwe heup, zn kunstgebit, welke hij trots uit zn mond haalt om te showen en zijn ingegroeide teennagel. Ik luister met mijn meest geïnteresseerde blik, maar bedenk me ondertussen dat ik liever in gesprek ben met die knappe jongen die net zijn t-shirt over zn hoofd trok en zo zijn gespierde borst aan de zon toonde.
Nogmaals vraagt de man mij waar ik vandaan kom en hoe lang ik hier blijf, ik besluit dat het tijd is om te gaan. Ik neem afscheid van Jim – zo blijkt de oude man te heten – en stap op.
‘Bye love’ roept hij me na.
Op weg naar de uitgang van het park stop ik even bij de agentes, die nog altijd op de rug van hun gigantische paard zitten. In het gras ligt een duif, hij lijkt zich niet te kunnen bewegen. Bezorgd vraagt één van de twee agentes zich af wat ze kunnen doen met het beestje, misschien heeft het een gebroken pootje. Van binnen moet ik even lachen, wat zou het leven toch eenvoudig zijn als dit onze grootste zorgen zouden zijn. De duif is alle aandacht zat en vliegt vrolijk weg, ik loop het park uit, terug de drukke stad in.
Je zou het eens moeten doen, de tijd nemen om te kijken. Echt te kijken naar de mensen en dingen om je heen. Kijken, hoe die kleine dingen het leven zo mooi kunnen maken…
CWL
Erg apart was mijn nacht in het hotel in Cardiff.
Al vroeg was ik mn bedje ingedoken aangezien ik er de volgende ochtend om 04.00 uur al uit moest. Ik was al half in slaap toen ik ineens gerommel aan mijn deur hoorde. Wat was dat nou? In mn slaapoutfit, haar door de war, ogen half dicht, liep ik naar de deur. Toen ik deze opende stond er een – niet geheel slecht uitziende- man mij vertwijfeld aan te kijken. ‘uhm, sorry. Think I got the wrong room number’. Verbaasd antwoordde ik: ‘Think so’.
Nadat hij zich verontschuldigd had ging ik terug mn bed in. Tien minuten later gaat de telefoon op mijn kamer. Dezelfde man die me uitnodigde voor een drankje in de bar.
Hmm, nee meneertje, ik sla even over!
Hoe leuk een vier-daagse ook is op de laatste dag ben ik toch altijd weer blij om naar huis te gaan. Zo blij als een klein kind dat na een schoolreisje weer terug gaat naar huis, terug in mama’s armen. J
En vandaag was het niet anders
Na een laatste op-en-neertje Bolonga (Mijn twee collega’s en ik waren het er over eens: Een mooie-mannen vlucht
) gingen we weer richting Amsterdam. Blij als ik ben zit ik achter in de cabine heen en weer te wippen op mn crewseat. Over een paar minuten gaan we landen. Heel even komt dat kleine kind in m naar boven dat thuiskomt van een schoolreisje. Mn linkerhand vecht met mn rechterhand om wie het eerst bij de microfoon is en ik hoor mijn stem al door de cabine galmen: Dametjes en meneertjes, koekjes en peertjes, we zijn weer thuis!
Maar mijn mond verpest het zooitje, besluit de volwassene te zijn en mijn lippen speechen: Dames en heren, welkom op de luchthaven van Amsterdam.
Ik lach, ik ben weer thuis ! J